(Google advertentie)

Allègre-les-Fumades met zijn kasteel en kuuroord

Allègre-les-Fumades ligt in de Vallée de la Cèze op de grens van de Cevennen. De gemeente, waar ruim 800 mensen wonen, bestaat uit een aantal kleine dorpen en gehuchten.

allegre les fumades

Bronnen en kuuroord
In één van de dorpen, Fumades-les-Bains, is het enige kuuroord in de Gard. Ook in de Romeinse tijd waren hier al baden. Organische resten, afdrukken van de flora en het profiel van de bodem getuigen ervan dat er omstreeks 30 tot 25 miljoen jaar voor Chr. een meer is geweest. Een aantal neolithische ruimten en een oppidum zijn de eerste sporen van menselijke aanwezigheid. Na de overstromingen van 2002, werden overblijfsels van een gallo-romeinse plaats bij het gehucht van Arlende ontdekt. De bron Font-Pudente zou de eerste Galliërs aangetrokken hebben. Ze werden gevolgd door de Romeinse troepen, die hun paarden en hun honden in de bronnen van Fumades baden. De legende vertelt dat Julius Cesar er zijn schurft kwam verzorgen.
kuuroord romeinse boog arc romaineDe eerste georganiseerde exploitatie van de bronnen van Les Fumades zou in 1845 met de Justet-bron zijn begonnen. De documenten in de archieven beschrijven lichte gebouwen, meestal van hout. In 1875 beheert dokter Louis Eugène Perrier, de directeur van het thermen in Euzet-les-Bains, de bron Etienne in Les Fumades. Hij verkoopt het om Bouillens te kopen, tegenwoordig beter bekend onder de naam van "Source de Perrier" in Vergèze. Al voor 1900 werd het water van de bronnen Zoe en Romaine gebotteld en in apotheken en als mineraalwaters verkocht.
Na 1900 kwamen vooral Duitsers kuren in Les Fumades. Er was een groot hotel, waar de kuurgasten verbleven en door artiesten, muzikanten en in het casino werden vermaakt. In dezelfde tijd werd ook de l'Arc Romaine gebouwd, de Romeinse boog naar voorbeeld van de Brandenburger Tor. In de boog is de volgende tekst gegraveerd: SISTE VIATOR AC BIBE“ (gaat u zitten, reiziger, en drinkt u). Voor de zoon van keizer Willem II werd een huis in Pruisische barokke stijl gebouwd, zodat hij kon kuren in Les Fumades. De Eerste Wereldoorlog verhinderde echter het bezoek van de Duitse kroonprins. Door beide wereldoorlogen werden de bronnen steeds minder bezocht en het kuuroord raakte in verval.
Tegenwoordig is het kuuroord in eigendom van de gemeente Allègre-les-Fumades en de stad Alès, die er een "cité du bien-être" (welnesscentrum) van hebben gemaakt en zo het kuuroord weer in ere herstellen.

Château d'Allègre
In de middeleeuwen was het leven in de streek georganiseerd rond het Château d'Allègre. In eerste instantie was er alleen een versterkte toren gebouwd op de heuvel om de bewoners van de nabije omgeving bescherming te bieden. Deze versterking werd waarschijnlijk gebouwd door de familie Allègre. In 1163 duikt het kasteel voor het eerst op in de annalen. Toen was het complex al uitgebreid en een voorbeeld van co-heerschappij. In het kasteel, ook wel 'stad van de ridders' genoemd, woonden meerdere gezinnen samen onder auspiciën van een dominante heer. Ze deelden de rechten en plichten. Er zijn in totaal resten van 12 torens en woningen gevonden op het complex.
Het is onbekend waar de familienaam Allègre, waar het kasteel en de gemeente naar zijn genoemd, vandaan komt. Af en toe komt de naam voor in geschriften, maar de herkomst is nog steeds onduidelijk. Wel is bekend dat in de late 14e eeuw ene Bernard Allègre prior was van het klooster in Goudargues. Daarna verdwijnt de familienaam uit de boeken, alleen de naam Allègre blijft nog bestaan voor het kasteel.
Het kasteel is een groot complex gebouwd op een oppervlakte van een halve hectare en staat op een hoogte van 275 meter. Vanaf dit punt hebt u een geweldig uitzicht over de omgeving, de Cevennen en Mont Bouquet.
Toen in 1337 de oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitbrak, die 100 jaar zou duren, versterkte men het kasteel van Allègre door de torens en woningen met elkaar te verbinden met muren. Toen veranderde 'de stad van de ridders' in een castrum. Waar men voorheen moeite had gedaan om op de meest fraaie manier te bouwen, werden nu in korte tijd verdedigingsmuren uit de grond gestampt. Tijdens de opstand van de Tuchins, boeren uit de regio, werd het kasteel eind 14e eeuw verwoest. Enkele heren hebben later hun woningen wel herbouwd, maar men verlangde toch meer comfort en verhuisde naar de valleien. Sinds die tijd raakte het castrum totaal in verval en rest alleen de ruïne van het kasteel. De nog bruikbare gebouwen werden door boeren gebruikt als schuren of stallen. Omdat het dorp zich verder uitbreidde, werden op de middeleeuwse fundamenten her en der nieuwe huizen gebouwd. In 1780 werden de resten van de toren bij de noordelijke toegangspoort gekocht door Jean Loubier uit het gehucht Boisson. Hij bouwde op de fundamenten een woonhuis, waar de familie tot 1910 woonde. Toen Simon Loubier, de laatste van de familie, overleed, was het castrum voorgoed verlaten. In de laatste 100 jaar is er weinig veranderd aan de ruïne van het castrum. Alleen de vegetatie heeft natuurlijk delen van het complex en de omgeving flink overwoekerd.


In 1992 is de l'Association du Château d’Allègre opgericht, die de ruïne van het kasteel weer veilig toegankelijk willen maken. Iedere eerste zaterdag van de maand komen vrijwilligers bijeen om de begroeiing te 'temmen', muurtjes te herstellen, middeleeuws feestpaden aan te leggen en delen van de ruïne te renoveren. Het huis van Loubier is compleet gerestaureerd en ook van binnen in oude staat gebracht. Door de activiteiten van de vereniging kunnen bezoekers weer naar het kasteel wandelen en de overblijfselen van het complex bezichtigen. Op de derde zaterdag in juli organiseert de vereniging een middeleeuws feest bij het kasteel.

Boven het kasteel staan de overblijfselen van de kapel van de heilige wonderdoener Sint-Saturninus. Veel zieke kinderen kwamen naar de kapel om zich door onderdompeling in de bron te laten genezen. Men geloofde dat de ziekte uit het lichaam verdween en overging in de kleding. De kleding werd dan ook achtergelaten bij het altaar.

Gedurende de 17e eeuw waren er twee grote glasfabrieken in de omgeving van het kasteel. De door glasblazers vervaardigde flessen werden "quentines" genoemd. Die eglise saint felix met carillon in boissonworden per konvooi, op de rug van muildieren, tot Vals-Les-Bains vervoerd.

Overige bezienswaardigheden
In Les Vieilles Fumades vindt u de oude gemeenschappelijke oven en put met wasplaats. Ook in Arlende is een lavoir en daar staat ook de Romaanse kapel Notre Dame d'Arlende uit de 11e eeuw. In Auzon, de grootste plaats van de gemeente, is een wandeling door de pittoreske Rue de la Chambrette zeker de moeite waard. Doorlopend langs de Auzonnet komt u bij de gerestaureerde dorpsput. In Boisson staat de Eglise Saint Felix met het belangrijkste carillon van de Gard uitgerust met 10 klokken, die drie maal per dag het angelus laten horen. In La Bégude, waar drie rivieren - de Auzonnet, Alauzène en Argensol - samenkomen, is het gemeentehuis gevestigd in het "Maison de l'Eau". Hier is ook het Office de Tourisme gevestigd, evenals een theater. Ook hier weer een authentieke gemeenschappelijk put. In het gehucht Le Mas Chabert is de bron "trempe chien", die bekend is vanwege de genezende werking bij huidziekten van dieren.



Deel deze pagina
Deel deze pagina op Facebook Deel deze pagina op Twitter

(Google advertentie)

Agenda

24 november - 21:00 uur
concert MozART

25 november - 18:00 uur
Corrida du Boeuf Gelé

25 november - 20:00 uur
Jazz village